Poncho:
Belevenissen van een eigenzinnig hondje
*De volgende belevenissen
hebben in 2002/'03 wekelijks op de website Dier en Natuur (van het avroprogramma
Alle Dieren Tellen Mee) gestaan. In januari '08 zijn er zeven verhaaltjes toegevoegd.
Poncho & Poentje
Dat Poncho een heel tolerant persoontje
is, daar bestaat geen twijfel over. Heel goedmoedig is ze bereid haar huis te
delen met drie konijnen. ‘Leven en laten leven’ is daarbij haar motto en mits
de konijnen voor haar uit de weg gaan als zij aan komt denderen, gunt zij ze verder
alle vrijheid. Hoewel je het nou ook weer niet te ver moet doordrijven. Zo kun
je als konijn maar beter niet in de buurt komen als Poncho haar maaltijd aan het
verorberen is. Want dat is vragen om een lelijke grauw.
Helemaal te bont maakt Poentje-konijn het door op een ochtend bij het baasje op schoot te springen terwijl die haar ontbijt nuttigt. En als Poentje dan ook nog beloond wordt voor dit kwalijke gedrag en een korstje brood krijgt, is voor Poncho de maat vol. Met een moordzuchtige uitdrukking in haar ogen stormt ze op Poentje af, die haastig zijn broodkorst in veiligheid brengt. Voor zijn kooi blijft Poncho minutenlang gekweld zitten kijken – bestaat er nog gerechtigheid op de wereld?
De
Spelregels van het Strandbalspel (bedacht door Poncho)
Een bepaald merk konijnenvoer komt met
een actie: een gratis opblaasbare strandbal bij aankoop van een kilozak. De meneer
van de dierenwinkel denkt niet dat een opblaasbal iets is voor hondjes. Hij denkt
dat die de bal wel snel stuk zullen bijten. Ik denk dat het precies is wat Poncho
leuk zal vinden.
In het park stuitert de bal nadat-ie opgeblazen
is over het gras. Bambi, Poncho’s hondenvriendinnetje, bijt er meteen drie gaatjes
in, maar dat is te verhelpen met een stukje cellotape. De volgende dag stuitert
de opblaasbare strandbal opnieuw over het gras.
Poncho onwikkelt haar eigen methode. Die bestaat eruit
zo snel mogelijk de stop van de bal te lokaliseren en vervolgens het dopje eraf
te trekken zodat de bal leegloopt. Daarmee zijn de spelregels van het strandbalspel
bepaald: proberen de bal zo lang mogelijk over het gras te laten stuiteren en
daarmee het moment dat Poncho de stop te pakken krijgt uitstellen. Maar Poncho
is goed: ze rent kriskras achter de bal aan, rolt eroverheen en betast hem intussen
aan alle kanten om de stop te vinden. Langer dan twee minuten duurt het nooit
voordat de strandbal leegloopt. En daarmee is het spel ten einde.
Poncho's versie van het paradijs is als
volgt: een rommelige kamer of serie kamers met in elk geval een bank om op te
springen maar liefst ook een bed om je onder te verstoppen, overal speeltjes,
dingetjes, voorwerpen en graag ook een of meer kinderen.
Omdat vandaag
Poncho's geluksdag is, brengen we een bezoekje aan zo'n huishouden van Jan Steen.
Poncho rent dol van vreugde heen en weer door de kamers, en als we haar weer in
de gaten krijgen heeft ze net op een kinderbed een klaarliggende Pampers-luier
aan flarden gescheurd en loopt ze rond met een broodtrommeltje in haar bek, dat
ze in opdracht van de eigenaar ervan naar de keuken brengt. Direct daarna vindt
ze een kinderbroekje, dat ze heen en weer schudt als ware het een prooidier.
Maar dan moeten we weer gaan, want het was een bliksembezoekje. Het kost
grote moeite Poncho van het huis weg te lokken, en de hele weg naar huis blijft
ze met een spijtige blik in haar ogen omkijken.
Poncho's
noodlot
Poncho houdt niet van regen; sterker nog,
ze háát regen. Regen is Poncho’s natuurvijand nummer 1. Op een weersonbestendige
dag heeft Poncho de pech net buiten te lopen wanneer het noodlot toeslaat: met
bakken tegelijk valt het water uit de lucht. Er zit maar één ding op: in blinde
paniek slaat Poncho aan het rennen, op zoek naar een schuilplaats.
Poging
1: Poncho springt op het stoepje van het dichtst bijzijnde huis en drukt zich
stijf tegen de voordeur aan. Omdat de regendruppels haar witte jasje echter nog
net zo hard blijven teisteren, maakt Poncho snel een nieuwe berekening van de
situatie. Ditmaal een betere.
Poging 2: Ver weggekropen onder een auto
blijft Poncho rillend en in elkaar gedoken wachten tot er geen druppel meer valt.
Wat er uiteindelijk onder de auto vandaan komt kruipen is een weliswaar
kurkdroge maar ook zwartgestreepte zebra-Poncho – en
dat blijft ze nog minstens een week want autosmeer is een hardnekkig goedje.

Tijdens mijn vakantie is Poncho een weekje
op een logeeradres geweest. Ze heeft zich niet op haar fraaist gepresenteerd,
hoewel er verzachtende omstandigheden waren: dit was Poncho's eerste logeerpartijtje
ooit. Zoals ik al had verwacht, heeft Poncho de hele week geen stap met de logeermevrouw
alleen willen wandelen (te saai; met de buurkinderen erbij wilde ze maar al te
graag mee). Ik vreesde dan ook dat ze niet vrijwillig mee zou lopen naar de metro
om het baasje te begroeten wanneer die haar weer op kwam halen. Daarom had ik
de trucs/instructies al doorgegeven die, zo wist ik, zeker zouden werken.
De bewuste zondagochtend wilde Poncho inderdaad
niet mee naar buiten. Truc 1 werd in werking gesteld. AN-NA TOE? werd haar luid en duidelijk gevraagd. Poncho leek wel
wat geïnteresseerder maar was nog niet overtuigd en bleef liggen. Toen werd overgegaan
tot truc 2: de tas werd gepakt. KIJK PON-CHO:
TAS MEE. AN-NA TOE EN TAS MEE. Dit deed het 'm. Want Poncho weet: wanneer
de tas meegaat, staat haar iets leuks te wachten. Naar een winkel lopen met alle
daaraan verbonden aandacht of, nou ja, desnoods het baasje ophalen van de metro.
Poncho's
liefde voor het bos
Na een lange boswandeling heeft Poncho nog helemáál geen zin om naar huis te gaan. Dat maakt ze me duidelijk door op vier pootjes om me heen springen, te blaffen, kortom alles uit de kast te halen om niet opgepakt te worden om in de auto te worden gezet.
Na van alles te hebben geprobeerd om Poncho van het urgente van de situatie te overtuigen (smeken, dreigen, vleien) gaan we ten slotte weer terug het bos in om haar af te leiden. Maar Poncho blijft alert: pas na nog eens drie kwartier te hebben gelopen lukt het me haar te overrompelen en met haar aan de riem terug naar de parkeerplaats te lopen.
Niet nu. Na een kleine worsteling neemt ze een sprong en dan valt ze met
een dreun die je eerder zou verwachten van een blok hardhout op haar rug op het
parket. Ik ben wel wat geschrokken en inspecteer en troost Poncho, die zich meteen
in haar mand terugtrekt en zich de rest van de avond niet meer verroert.
Totdat het bedtijd is. Op precies dat moment ontwaakt ze: ze staat op uit haar
mand en loopt met een uitgestreken gezicht met me mee naar het traphekje. Want
Poncho weet: als ze zielig is, mag ze in bed slapen. En dat heeft ze drie uur
na haar val heel goed onthouden.
Poncho aan de riem meetrekken, smeken, dreigen, vleien, het heeft allemaal
geen zin: ze weigert te geloven dat ze zo dicht bij het dieren-eldorado
gekomen niet naar binnen kan, en denkt er al helemaal niet aan zonder resultaat
terug naar huis te lopen.
Uit ervaring weet ik dat er nu maar één ding
opzit: Poncho optillen en van de plaats des onheils
wegdragen, haar thuis troosten en een lekker kluifje geven om de teleurstelling
wat te verzachten.

Prullenmanden hebben de laatste tijd een
vreemde aantrekkingskracht op Poncho. Overal waar ze komt worden prullenmanden
toegeblaft of zo mogelijk omver getrokken. Poncho heeft haar eigen conclusie getrokken:
waar een prullenmand is, is kaas voor Poncho.
Poncho's
tic
Toen ik nog niet slimmer was geworden dan
mijn hondje (door haar voordat ze de fiets in de gaten krijgt aan de lijn te doen)
was goede raad op die momenten duur: steeds als ik haar wilde pakken sprong ze
opzij, om vervolgens uitdagend door haar voorpootjes te zakken en te blaffen.
Er zat dan niets anders op dan Poncho op de terugweg los mee naast de fiets te
laten rennen. Na een wandeling door het bos was dit door het
drukke verkeer echter niet mogelijk en kon ik maar één oplossing bedenken: Poncho
zo moe maken dat ze geen weerstand meer zou bieden. Uiteindelijk werkte
dit plan, maar daarvoor was het wel nodig vijf keer met reusachtige snelheid enkele
honderden meters te fietsen. Pas toen was Poncho zo uitgeput dat ze zich zonder
weerstand liet optillen en in de kist op de fiets zetten.
Poncho's
tic
Hiermee is de maat vol en ik loop, met
Poncho keurig los naast de fiets trippelend, naar de werklui ter plekke. Aan een
gespierde bouwwerker leg ik mijn verhaal voor en vraag hem of hij zo goed zou
willen zijn Poncho op te tillen en in de kist op de fiets te zetten. De man bekijkt
Poncho een moment, draait zich dan om en loopt naar zijn collega in de bouwkeet.
Tussen de twee vindt kort en hevig overleg plaats, waarna de collega naar buiten
komt en de verbouwereerde Poncho met één grote zwaai optilt en in de kist op de
fiets zet. Waarna Poncho onder veiliger omstandigheden naar huis kan worden vervoerd.
Poncho’s
rode neus
Om de zoveel tijd heeft Poncho een vuurrode
neus, tenminste, niet haar neus zelf is rood maar de plooi vlak boven haar neus.
Hoe dan ook, haar neusplooi is vuurrood en blijft dat een dag of zo. Daarna is
hij weer wit.
Verschillende mensen uit Poncho’s omgeving
valt de geregeld terugkerende rode kleur van haar neusplooi op. Er ontstaat een
levendige discussie over, waarbij niemand, ook Poncho’s eigen baasje niet, de
precieze oorzaak kan vaststellen van die plotseling optredende rode kleur. Het
verhaal dat het meest logisch klinkt gaat over koeien waarvan de roze neuzen in
de zon verbranden en is afkomstig van de hondenkenner die aanraadt Poncho’s neus
voor het zonnen met zonnebrandcrème in te smeren.
Toch houd ik dat vage gevoel dat niet de
zon of welke andere factor dan ook van buitenaf, maar Poncho zélf op de een of
andere manier verantwoordelijk is voor die plotseling opduikende kleurverandering.
Tot ik er getuige van ben hoe Poncho in een van haar gekke buien met haar neus
haar kunststof mand half oplicht en er de hele kamer mee door wandelt. Nadat ze
de mand zo’n zes meter verderop weer heeft neergezet, trekt ze zich terug op haar
kleedje – om een halve minuut later met een vuurrode neus in de lens van de camera
te kijken.
Poncho’s
sportieve beperkingen
In al haar grilligheid kan Poncho toch
heel voorspelbaar zijn. Zo doet ze het, gelegen in haar luie stoel, ’s ochtends
graag kalmpjes aan. Als je dan het lef hebt haar mee
naar buiten te nemen, kun je er maar beter voor zorgen dat je wat te bieden hebt.
Mooi, zonnig weer bijvoorbeeld. Of een ritje op de fiets. Zodat Poncho die onoverkomelijke
meters naar het park in elk geval niet lopend hoeft af te leggen.
Wil je desondanks toch een poging wagen Poncho op een wat sombere dag vóór twaalf uur ’s middags mee te nemen, dan verloopt het ritueel ongeveer als volgt:
1) Poncho gaat zitten, een frons verschijnt op haar voorhoofd.
2) Poncho staat op, draait zich om en begint snel te lopen in de richting van de dierenwinkel.
3) Poncho zet zich schrap als de riem haar de andere kant, richting park, uit trekt.
4) Poncho wordt van de riem losgehaakt en gaat weer zitten, baasje en hondenvriendinnetje Bambi nastarend tot die uit het zicht verdwenen zijn.
5) Poncho begint te lopen, eerst langzaam en dan steeds sneller, tot ze de in stap 4 genoemde wezens heeft ingehaald, waarna ze weer gaat zitten, baasje en Bambi nastarend.
Enzovoort.
Maar je kunt Poncho op een kille dag ’s
ochtends natuurlijk ook gewoon thuislaten en het wat later nog eens proberen.
Eindbestemming van een lange wandeling is een terras aan het water. Na enige tijd te hebben uitgerust is Poncho echter nog niet toe aan de terugtocht. Daarom mag ze even het bijbehorende restaurant vanbinnen bekijken en dan is het goed en kunnen we gaan.
Als we vervolgens een winkelstraat moeten
oversteken, herinnert Poncho zich ineens dat hier vorig jaar toch heus ergens
een dierenwinkel was. Na zich even te hebben georiënteerd loopt ze er zonder aarzelen
naartoe, ons met zich meetrekkend.
Omdat ik niets nodig heb in de dierenwinkel
kost het enige moeite, maar dan vinden we toch wat: een mobiele telefoon voor
Poncho.
Hij is groen, heeft een serie blauwe toetsen en een lachend gezichtje.
Poncho is er wát trots op en draagt hem zelf de hele weg naar huis.

Van de meneer van de dierenwinkel krijgt
Poncho een lekker kauwstaafje. Omdat we er nu toch zijn, doen we maar gelijk de
(on)nodige inkopen. Pas als Poncho is voorzien van 1) een bolle muis met een lange
staart die piept als je erin knijpt, 2) een joekel van een kauwkluif en 3) een
pakje Yarrah Duo Snacks Vegetarian (100% Bio Organic) is ze bereid de terugtocht
te aanvaarden. Maar dankbaar is ze wel: bij terugkomst kauwt ze direct haar kauwkluif
op en de rest van de dag speelt ze met de bolle muis met de lange staart die piept
als je erin knijpt.

De showhal is groot, licht en bar ongezellig.
Poncho is niet op haar gemak. Dan breekt het langverwachte moment aan: Poncho’s
rondje in de ring. Onzeker en met trage stapjes loopt ze rond – tot ze zomaar
wordt opgetild en op een tafel gezet en aan alle kanten door een vreemde mevrouw
wordt betast. Dan is voor haar de maat vol: haar laatste rondje weigert ze te
lopen en de enige manier om haar weer tot voor de keurmeester te brengen is door
haar de ring rond te dragen.
Nadat haar rasgenootjes zich stuk voor
stuk op hun paasbest hebben laten bekijken, volgt de uitslag: Poncho wordt derde
en mag op de foto. Na afloop doet ze een plas op een gloednieuw hondenkleedje
dat in een van de winkeltjes ter plekke te koop is. Tot zover Poncho’s showkwaliteiten.
Vanochtend is de situatie kritiek: het
motregent. Omdat het een nu-of-nooitsituatie is (volgens de weersvoorspellingen
wordt de regen vandaag alleen nog maar erger) help ik Poncho een stukje op weg
door haar tot aan het einde van de straat te dragen. Poncho staat echter nog niet
met haar vier pootjes op de grond of ze keert zich om en loopt bliksemsnel terug
naar huis. Ik tref haar weer aan op het stoepje, met haar blik verlangend naar
de deur gericht en met zwevend boven haar hoofd zo’n stripverhaalballonnetje van
een Poncho warm maar vooral droog gelegen in een leunstoel.
We onderhandelen even en sluiten een compromis:
op de fiets naar de rand van een groot park en vandaar verder wandelen onder het
dichte bladerdak. Dit verloopt tot beider tevredenheid en als het onderweg tijdelijk
harder begint te regenen, last Poncho een droogtepauze in door een koffiehuis
binnen te vluchten. En zo keren we in redelijk droge staat weer terug, waarna
Poncho de rest van de dag haar stoel niet meer verlaat.

Het kan gebeuren dat Poncho’s pootjes zomaar
ineens dienst weigeren. Ze blijven gewoon staan waar ze staan, wijken geen millimeter
meer en lijken kortom compleet geblokkeerd. Poncho zelf heeft daar niet in het
minst moeite mee; ze gehoorzaamt blindelings aan haar pootjes en schikt zich in
de situatie.
Wel heeft ze sinds ze een kleine pup was
een manier ontdekt om zich onafhankelijk van haar pootjes voort te bewegen. Daarvoor
heeft ze dan een touw of tak nodig waarvan het andere eind door de een of andere
mens wordt vastgehouden. Verder is een droog stuk gras vereist. Maar voor de rest
gaat het eigenlijk vanzelf: Poncho bijt zich vast in touw of stok en laat zich
op haar buik vallen, voor- en achterpootjes wijd gestrekt. Vervolgens hangt het
van de kracht van haar kaken en van de goede wil van de willekeurige mens af hoe
lang ze van deze alternatieve manier van voortbewegen gebruik kan maken.
Was Poncho lange tijd tevreden met de voortsleepmethode via de buik, de laatste maanden is ze aan het experimenteren geslagen. Zo liet ze zich enige tijd bij voorkeur gelegen op haar zij voortslepen, waardoor haar pootjes wat meer werden ontzien. De laatste maand is ook deze methode uit de gratie geraakt en verkiest Poncho het om zich van haar buik op haar zij en ten slotte op haar rug te laten vallen en zich zo te laten voortbewegen. En met dit sterke staaltje van acrobatische kunst bewijst Poncho dat ze haar pootjes helemaal niet nodig heeft om een grasveld over te steken.

Op een druilerige dag blijft Poncho ’s
middags maar het liefst in haar luie stoel liggen. Het kost dan ook de nodige
moeite haar buiten te krijgen, en ik ben blij verrast als ze na enig aarzelen
geheel uit zichzelf begint te lopen, al is het niet richting park. Nee, Poncho
loopt met zelfverzekerde tred een heel andere kant uit en wil van geen omkeren
weten.
Poncho zet er stevig de pas in, loopt langs
autowegen en eindeloos veel huizenrijen, en komt ten slotte in een winkelstraat.
Hier gaat ze langzamer lopen, zodat ze van elke winkel waarvan de deuren openstaan
het interieur kan bestuderen en van winkels met gesloten deuren de gevels kan
besnuffelen. Zo vervolgen we onze weg, de ene winkelstraat in en de andere uit.
Als na drie kwartier winkelen ten slotte ook Poncho gaat inzien dat winkels in
wezen allemaal hetzelfde zijn, mogen we van haar naar huis. En hiermee behoort
Poncho tot de kleine minderheid van honden die uit eigen vrije wil (en met veel
genoegen) aan een riempje winkelstraten doorkruisen in plaats van zich uit te
leven in het park (zoals een normale hond betaamt).
Als kleine puppy was Poncho uitzonderlijk
bedreven in de taalvaardigheid; zij kon de wonderlijkste klanken voortbrengen.
Zo kon Poncho keffen als een chihuahua (bij opwinding), kraaien als een baby (in
een gekke bui) en jammeren als een kind (als ze uit haar slaap werd gehaald voor
de zindelijkheidstraining). Ook had ze een speciale ‘gebiedende’ blaf die ze te
pas en te onpas gebruikte: om haar bak met eten van het aanrecht op de keukenvloer
te krijgen, om het hek tussen tuin en terras voor zich te laten openen en om de
buitendeur door te kunnen voor de nodige portie spanning en sensatie.
Nu Poncho is volgroeid is haar spraakzaamheid
wat afgenomen, maar toch weet zij zich nog altijd bovengemiddeld uit te drukken.
Haar gebiedende blaf heeft ze behouden, al bediend ze zich daar alleen nog maar
van in noodsituaties – bijvoorbeeld om een onder de bank gerold balletje te pakken
te krijgen, of om het baasje ’s ochtends uit bed te halen zodat Poncho zich op
haar leunstoel kan laten tillen voor haar ochtendslaapje. Maar haar specialiteit
is het uiting geven aan haar gekke buien via de meest wonderlijke klanken: een
mengsel van hondengebrabbel, korte kefjes, diepe keelklanken en vreemde rochels.
Dit alles gelegen op haar rug waarbij haar vier pootjes het klankspel via een
ongecontroleerde choreografie ondersteunen.
Poncho's
act
Zaterdag 5 oktober is een speciale dag
want dan houdt het dierenopvangcentrum zijn jaarlijkse Open Dag. Ook Poncho’s
baasje doet dit jaar mee met een kraampje voor haar vegetarische kookboeken. Natuurlijk
is Poncho van de partij, vanwege het gure herfstweer gehuld in haar gloednieuwe
Schots geruite jasje.
Poncho’s act-voor-die-dag
in de vorm van een standbeeldimitatie, in combinatie met haar nieuwe outfit, maken haar tot publiekstrekker nummer één. Hoog gezeten
op haar kraam laat ze zich alle aandacht gaarne welgevallen. En omdat Poncho een
warmbloedige persoonlijkheid is, bedankt ze de vriendelijke bezoekers stuk voor
stuk op haar eigen speciale manier – met een overvloed aan likjes en soortgelijke
expressieve uitingen van innige genegenheid.

Op een kwade dag verstuikt Poncho haar
teen. Met een pijnstillertje en een paar dagen rust doet Poncho’s teen het weer
en rent ze weer als nooit tevoren.
Een week later is Poncho’s teen opnieuw
verstuikt. Nu mag ze een week niet meer los rennen want anders wordt haar teen
nooit beter, zegt de dierenarts. Maar dit advies ontgaat Poncho en als ze ziet
dat hondenvriendinnetje Bambi mee naar buiten mag wil zij ook mee.
Drie dagen achterelkaar komt Poncho ondanks
haar verstuikte teen van haar leunstoel elke keer dat Bambi mee mag voor een wandeling.
Drie dagen achterelkaar moet Poncho toekijken hoe zíj niet en Bambi wel mee mag
voor een wandeling.
Dag vier tot en met dag zeven blijft Poncho
van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op haar leunstoel liggen en kijkt niet
meer op of om als Bambi mee mag. Als Poncho dan helemaal geen aandacht meer krijgt,
zoek je het wat haar betreft maar uit.
Dag acht mag Poncho weer alles doen. En
hierbij is haar teen genezen verklaard.
Behendige
Poncho
Poncho verwacht en eist een minimale persoonlijke
aandachtsduur van drie uur per dag. Wordt zij niet dagelijks gedurende deze minimale
tijd beziggehouden, dan zal zij haar ongenoegen uiten op een wijze die niets aan
de verbeelding overlaat en voor zolang haar energievoorraad het toelaat (wat heel
erg lang is).
Omdat Poncho misschien niet de fysieke
bouw maar wel de geestelijke activiteit van een border collie heeft, mag zij een
proefles behendigheid (agility) meemaken bij een hondenschool. Ook haar hondenvriendinnetje
Bambi mag meedoen, die met haar kleine en wendbare lichaampje misschien wél de
fysieke bouw heeft voor deze sport maar die van elke ambitie in deze richting
verstoken blijkt.
Wat Poncho betreft: ook al heeft ze niet de snelheid van een windhond, aan het einde van de les kan zij wel los en zonder fouten door de tunnel en over de kattenloop rennen, en over de A-schutting klimmen. Maar de talloze hordes, die zijn voor haar niet weggelegd: waarom eroverheen springen als je er ook onderdoor kunt?